Trappen in La Serena
La Serena is een steppegebied in de Spaanse regio Extremadura. In dit kale en dunbevolkte gebied leven nog grote trappen, een van de grootste vogels die nog kan vliegen. Spanje is het belangrijkste toevluchtsoord in Europa voor deze soort die sterk in aantal is afgenomen.
Nu te beluisteren in de vogelboekenpodcast van Vogelbescherming: mijn gesprek met Arjan Berben en Gert Ottens over ‘Over leven en uitsterven’.
Je kan luisteren via Vogelbescherming.nl, maar ook via Apple Podcasts en Spotify:
Grutto’s op IJsland
In tegenstelling tot de grutto in Nederland doet op IJsland de IJslandse grutto het goed. Daar profiteert de grutto nog van de landbouwontwikkelingen. De populatie groeide op IJsland van zo’n 3000 individuen rond 1900 tot 50.000 – 75.000 individuen rond het begin van de 21e eeuw. Waarschijnlijk speelt ook klimaatverandering een rol bij de uitbreiding van de populatie. Voor een Nederlandse vogelfotograaf is het een bijzondere ervaring om grutto’s te zien op IJsland. Waar we in Nederland grutto’s zien in vlak land met hoge luchten, kun je op IJsland grutto’s zien en horen met bergen en gletsjers als achtergrond.
Het grutto geslacht bestaat uit vier soorten: rode grutto, marmergrutto, rosse grutto en grutto. De rode grutto en de marmergrutto zijn Noord-Amerikaanse soorten.
Om de verwarring nog wat groter te maken kent de grutto vier ondersoorten. ‘Onze’ grutto heet voluit Limosa limosa limosa. Daarnaast is er de Limosa limosa islandica, de IJslandse grutto die, de naam zegt het al, broedt op IJsland. In Noordoost Azië leven nog twee ondersoorten van de grutto.
Vliegen met heremietibissen
Het verhaal van de heremietibis is een van de vier vogelverhalen van ‘Over leven en uitsterven’. Eerder schreef ik al posts over de laatste wilde populatie heremietibissen in Marokko en over de herintroductie van de soort in Oostenrijk en Zuid-Duitsland.
Helemaal bijzonder is het werk van het Waldrappteam in Oostenrijk. Het Waldrappteam heeft kolonies gesticht waar de vogels zelfstandig leven, waar kuikens geboren worden en waar de heremietibissen leren om te trekken naar Italië en Spanje.
Om de vogels te leren om weer te trekken, worden kuikens, afkomstig uit dierentuinen, door menselijke pleegouders grootgebracht vanaf het ei. De kuikens zien en horen niemand anders dan de altijd in geel geklede pleegouders. De jonge vogels beschouwen de pleegouders als hun echte ouders en volgen ze overal, ook in de lucht. De vogels krijgen vliegtraining van de pleegouders. De pleegouders vliegen in ultralight vliegtuigjes en de jonge vogels volgen de ouders die de vogels aanmoedigen met behulp van megafoons. Zo leren de vogels in V-formatie te vliegen en langere afstanden af te leggen. In het najaar vliegen de pleegouders dan met de jonge vogels in hun kielzog van Oostenrijk naar Italië of Spanje. Die ene, begeleide, trektocht is voldoende voor de vogels om in de volgende jaren samen met oudere vogels, zelfstandig te trekken tussen broedkolonie en overwinteringsgebieden.
Al deze inspanningen moeten resulteren in een wilde populatie heremietibissen in Midden-Europa die zichzelf in stand kan houden.
Ooit broedden hier reuzenalken…
De reuzenalk werd het slachtoffer van de meedogenloze jacht door mensen. Ze werden bejaagd voor hun vet, voor hun eieren, voor hun vlees en voor hun veren. Ze werden bejaagd totdat in juni 1844 het laatste broedende paar reuzenalken werd gedood op Eldey, een klein eiland bij IJsland. Een schrijnend detail: het laatste paar werd gedood omdat verzamelaars en musea een exemplaar van deze, ondertussen zeer zeldzame, vogelsoort in hun collectie wilden hebben.
Reuzenalken waren zeevogels van de Noord-Atlantische Oceaan die, evenals pinguïns, niet konden vliegen. Op zee waren de vogels niet te vangen, maar op land, in de broedtijd, waren ze kwetsbaar en een gemakkelijke prooi.
De reuzenalk heeft miljoenen jaren op de aarde geleefd en heeft zich al die miljoenen jaren kunnen handhaven. Het feit dat deze alkensoort niet kon vliegen, stond dat niet in de weg. Het uitsterven van de reuzenalk komt niet door een slechte adaptatie aan zijn leefomstandigheden. Het was een slechte aanpassing aan een nieuwe vijand, de mens, die het uitsterven van de reuzenalk heeft veroorzaakt.
Het verhaal van de reuzenalk is een van de vier verhalen uit mijn nieuwe fotoboek Over leven en uitsterven.

Standbeeld van een reuzenalk op Reykjanes, IJsland, waar het eiland Eldey te zien is. Het standbeeld herdenkt de dood van de laatste twee reuzenalken in 1844. Het beeld is gemaakt door Todd McGrain.





































