Vliegen met heremietibissen
Het verhaal van de heremietibis is een van de vier vogelverhalen van ‘Over leven en uitsterven’. Eerder schreef ik al posts over de laatste wilde populatie heremietibissen in Marokko en over de herintroductie van de soort in Oostenrijk en Zuid-Duitsland.
Helemaal bijzonder is het werk van het Waldrappteam in Oostenrijk. Het Waldrappteam heeft kolonies gesticht waar de vogels zelfstandig leven, waar kuikens geboren worden en waar de heremietibissen leren om te trekken naar Italië en Spanje.
Om de vogels te leren om weer te trekken, worden kuikens, afkomstig uit dierentuinen, door menselijke pleegouders grootgebracht vanaf het ei. De kuikens zien en horen niemand anders dan de altijd in geel geklede pleegouders. De jonge vogels beschouwen de pleegouders als hun echte ouders en volgen ze overal, ook in de lucht. De vogels krijgen vliegtraining van de pleegouders. De pleegouders vliegen in ultralight vliegtuigjes en de jonge vogels volgen de ouders die de vogels aanmoedigen met behulp van megafoons. Zo leren de vogels in V-formatie te vliegen en langere afstanden af te leggen. In het najaar vliegen de pleegouders dan met de jonge vogels in hun kielzog van Oostenrijk naar Italië of Spanje. Die ene, begeleide, trektocht is voldoende voor de vogels om in de volgende jaren samen met oudere vogels, zelfstandig te trekken tussen broedkolonie en overwinteringsgebieden.
Al deze inspanningen moeten resulteren in een wilde populatie heremietibissen in Midden-Europa die zichzelf in stand kan houden.
Ooit broedden hier reuzenalken…
De reuzenalk werd het slachtoffer van de meedogenloze jacht door mensen. Ze werden bejaagd voor hun vet, voor hun eieren, voor hun vlees en voor hun veren. Ze werden bejaagd totdat in juni 1844 het laatste broedende paar reuzenalken werd gedood op Eldey, een klein eiland bij IJsland. Een schrijnend detail: het laatste paar werd gedood omdat verzamelaars en musea een exemplaar van deze, ondertussen zeer zeldzame, vogelsoort in hun collectie wilden hebben.
Reuzenalken waren zeevogels van de Noord-Atlantische Oceaan die, evenals pinguïns, niet konden vliegen. Op zee waren de vogels niet te vangen, maar op land, in de broedtijd, waren ze kwetsbaar en een gemakkelijke prooi.
De reuzenalk heeft miljoenen jaren op de aarde geleefd en heeft zich al die miljoenen jaren kunnen handhaven. Het feit dat deze alkensoort niet kon vliegen, stond dat niet in de weg. Het uitsterven van de reuzenalk komt niet door een slechte adaptatie aan zijn leefomstandigheden. Het was een slechte aanpassing aan een nieuwe vijand, de mens, die het uitsterven van de reuzenalk heeft veroorzaakt.
Het verhaal van de reuzenalk is een van de vier verhalen uit mijn nieuwe fotoboek Over leven en uitsterven.

Standbeeld van een reuzenalk op Reykjanes, IJsland, waar het eiland Eldey te zien is. Het standbeeld herdenkt de dood van de laatste twee reuzenalken in 1844. Het beeld is gemaakt door Todd McGrain.
Van 11 oktober 2024 t/m 30 maart 2025 exposeer ik foto’s van mijn project ‘Over leven en uitsterven’ in Kasteel Groeneveld in Baarn.
Kijk voor bezoekersinformatie op de website van Kasteel Groeneveld.
Wilsterflappen
De afgelopen tijd ben ik twee keer op stap geweest met Doede Mulder. Doede Mulder is wilsterflapper. Wilsterflappen is een traditionele manier om vogels te vangen met een slagnet. Vroeger gebeurde dat uit economische noodzaak. De gevangen vogels werden verkocht aan de poelier. Het ging vooral om goudplevieren, wilsters in het Fries. Maar ook andere soorten, zoals kievit en kemphaan, werden gevangen. Tegenwoordig vangen de wilsterflappers vogels voor wetenschappelijk onderzoek. De vogels worden geringd, gewogen en opgemeten.
De baai van Liminka
De baai van Liminka, iets ten zuiden van Oulu in Finland, is een wetland dat van grote betekenis is voor veel trekvogels. Trekvogels die er een tussenstop maken op weg naar arctische broedgebieden. In het verleden waren er in mei grote groepen kemphanen te zien. Helaas zijn die aantallen sterk verminderd. Ook in Finland is de kemphaan als ernstig bedreigd op de rode lijst van broedvogels beland. Dit wordt mede veroorzaakt doordat Nederland als tussenstop voor kemphanen ongeschikt is geworden. De trekroutes van kemphanen zijn daardoor naar het oosten verschoven en daardoor worden ook de broedgebieden in Finland minder gebruikt.














































